Pleidooi voor de kasseien en platanen van Brussel (nl)

Meneer de voorzitter, Dames en Heren van de jury van het Hooggerechtshof van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
Meneer de voorzitter, Dames en Heren van de jury van het Hooggerechtshof van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,

 

Wij vragen u deze laatste conclusie in acht te nemen alvorens de definitieve en fatale uitspraak op mijn cliënten zou worden uitgevoerd. Mag ik u er eerst en vooral op wijzen dat ik hier handel ter verdediging van de 300 platanen en de 1.500.032 kasseien die ter dood veroordeeld zijn door het Hof van Eerste Aanleg als gevolg van de woede van een te Vlaamse en te weinig christelijke minister, van het dubbelzinnig discours van de vertegenwoordigers van het centrum-linkse kartel en van het verraad van de pseudo-milieubeschermers.

 

Het is waar, meneer de voorzitter, dat mijn cliënten noch de taal van Voltaire, noch de taal van Hugo Claus spreken. Ze kunnen dus bijgevolg niet beschouwd worden als « goede Walen » of « slechte Vlamingen », die populaire uitdrukkingen aan weerszijde van de taalgrens, die wij overigens nooit erkend hebben. Eigenlijk horen we hen nooit. Het is waarschijnlijk deze karaktertrek die hen het meeste doet aansluiten bij de Brusselse burger, wiens gronwettelijke rechten, ingeschreven in het basis Charter van de onafhankelijkheid van onze Stadstaat, u moet beschermen.

 

Het staat vast, meneer de voorzitter, dat deze bomen en kasseien niet spreken, maar toch leven ze (« E pur si muove ! – En toch draaien ze ! » zou Galileo gezegd hebben ) … en doen ze, net als de inwoners, de stad leven : 300 onder hen dragen dagelijks bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit, zodat u en wij schone lucht mogen inademen, terwijl de 1.500.032 kasseien geregeld het gewicht moeten dragen van de reizigers op de Havenlaan, deze verkeersader die voor de gemiddelde Brusselaar even befaamd wordt als de « Hall of Fame » al is voor de commercanten van Hollywood. De bomen en kasseien dragen op hun manier bij aan de levenskwaliteit van de inwoners van Brussel.

 

Het is in die zin onmiskenbaar dat mijn cliënten deel uitmaken van de morele gemeenschap en dus bijgevolg moeten kunnen genieten van de basisprincipes van het maatschappelijk leven, zoals het elementaire recht op leven en het recht op een behandeling los van onnodig leed. Deze rechten zijn overigens ook toegekend aan alle dieren die leven op ons territorium. Heeft de Griekse filosoof Pythagoras ons niet gewaarschuwd voor dierenmishandeling met zijn hypothese van de transmigratie van de ziel ? Ik durf een stap verder te gaan met de veronderstelling dat onze ziel zou kunnen schuilen of reïncarneren in deze oude bomen of onder de kasseien van onze oude Romeinse wegen. Riskeren we dan niet, met het neerhalen van deze bomen, onze voorouders te doden ?

 

Laat ons het parlementaire werk herbekijken en de echte reden analyseren waarom de Brusselse afgevaardigden unaniem het basis Charter van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben aanvaard in volle regimecrisis ! Hadden onze « founding fathers » niet de uitdrukkelijke wens Brussel – deze oude hoofdstad van de bureaucratie en van de wijken die verrotten door het medebeheer van de geheime federatie Wallonië-Vlaanderen - definitief te transformeren in de wereldhoofdstad van deliberatieve democratie, van het sociaal-economische welzijn, van de artistieke innovatie, van respect voor het milieu, van sociale vooruitgang, van maximale vrijheid en van kwaliteit van het lokale leven.

 

Meneer de voorzitter, dames en heren van de jury, de inzet van dit proces is niet enkel het redden van deze 300 bomen en anderhalf miljoen kasseien, maar ook het redden van onze geschiedenis, ons patrimonium en onze fundamentele waarden. Dit alles door de werking van ons systeem van democratische besluitvorming te hervormen. Men kan de burgers niet aanmoedigen zich in te zetten voor de duurzame ontwikkeling van hun wijk, zich te investeren in het besluitvormingsproces van een regio wanneer men hen telkens weer criminaliseert als zij zich mobiliseren. En wat met levende wezens (bomen), die geen uitdrukkingsrecht hebben in een proces dat ons als duurzaam wordt voorgehouden ? Hoewel deze bomen geen taal spreken die wij verstaan, lijden zij weldegelijk, meneer de voorzitter. Het is dus absurd hen te onthoofden onder het voorwendsel dat men hen niet verstaat. Zou men dit ook durven bij een doofstomme Brusselaar ?

 

Ik concludeer met de vraag uw gratie te verlenen aan mijn cliënten op basis van deze kleine observatie die op een paradoxale wijze de beul en zijn slachtoffers verenigt in de zaak die ons vandaag aanbelangt : hoewel zij alles voelen en ervaren, worden dieren en bomen vaak het recht op leven ontkend, door beroep te doen op de afwezigheid van moraal en rede, hetzij een karakteristiek die hen onderscheidt van de mens. Moest het criterium van moraal en rede toegepast worden op de wereldleiders, dan zou het menselijke ras al lang een bedreigde soort zijn. Ik heb gesproken en bedank u…

 


Mehmet Koksal

Imprimer

Enregistrer en PDF

Partager sur facebook

Partager cette article sur TwitterPartager sur Twitter

Restez dans la boucle

FacebookRetrouvez Minorités sur Facebook

TwitterSuivez Minorités sur Twitter